You are here

Mission statement

Wat is artistiek onderzoek?

Alle kunstenaars – of toch bijna alle kunstenaars – doen aan onderzoek: in functie van hun creaties en/of in functie van hun uitvoeringspraktijken. Het is niet omdat Europese overheden, in de geest van ‘Bologna’, beslist hebben om het hoger kunstonderwijs te belasten met ‘artistiek onderzoek’, dat er plots een nieuwe te ontginnen terrein zou ontdekt zijn. Artistiek onderzoek, op een School of Arts zoals het RITS, is het onderzoek van de kunstenaar dat een specifiek verloop kent en specifieke resultaten kent omdat het plaatsvindt in een specifieke onderzoeksomgeving. Die onderzoeksomgeving, dat is nu net een School of Arts, waar jonge kunstenaars en mediaprofessionals worden opgeleid. Dat zijn academische opleidingen, en een concrete onderzoeksomgeving kan, in het beste geval, die opleidingen ertoe aanzetten om zichzelf voortdurend opnieuw ‘uit te vinden’, om regelmatig te herbronnen.

Het artistiek onderzoek aan het RITS heeft enkel zin als het een betekenis kan hebben én voor de opleidingen, én voor het brede kunstenveld waar die opleidingen zich op richten. Het RITS creëert geen niche maar daagt juist de praktijk buiten school en atelier uit. Onderzoekers ‘kopen’ tijd en ruimte, kunnen zich meer reflectie en experiment permitteren dan de productiedruk van de kunstpraktijk meestal toelaat. Zo kan een onderzoek naar de esthetische relevantie analoge home videos dienen om radicaal filmisch vormexperiment te (her)ontdekken, waardoor er een heel ander licht valt (letterlijk) op die verkleurde beelden en ruis in muziek verandert. Zo kan een omkering van blikken en bewegingen tussen koloniaal België en postkoloniaal Kongo niet enkel een mooie toneelvoorstelling opleveren, maar ook de vestiging, over enkele jaren gespreid, van artistieke ‘nederzettingen’ in Brussel en Kinshasa – werk dat langer blijft dan vluchtig toneel. Er zijn nog meer voorbeelden.

Artistiek onderzoek draagt op het RITS ook rechtstreeks bij tot de opwaardering van de opleiding. In de Summer en Winter School confronteren kunstenaars studenten rechtstreeks met hun prangende onderzoeksvragen, ze dwingen hen tot een onderzoekende houding – broodnodig in tijden van reproductie van formats met té weinig variatie. Soms is die confrontatie kort en brutaal, soms langer en intensief, maar altijd gaat het om vragen die nieuwe vragen oproepen, en waarop geen gemakkelijke antwoorden bestaan.

Het RITS heeft net zijn eerste Doctor ‘afgeleverd’ – Pol Dehert – en ook andere onderzoekers bereiden een Doctoraat in de Kunsten voor. Hiervoor bestaat het Kunstenplatform Brussel (www.kunstenplatformbrussel.be) , een samenwerkingsverband tussen VUB, RITS en KCB dat doctoraatsonderzoek administratief steunt, productioneel mogelijk maakt en dat ook als forum dient om vruchtbare discussie tussen universiteit en school of arts te laten plaatsvinden. Zo’n doctoraten mogen de wetenschap, zoals beoefend aan de universiteit, vooral niet imiteren, ze kunnen wel resulteren in ‘goede kunst’ en ze kunnen de hele school deelgenoot maken aan het ontstaansproces, aan het onderzoek. Het traject van de kunstenaar wordt zichtbaar gemaakt voor de kunstenaars van de toekomst: dat is een zinvolle opdracht.

 

Profiel van de artistieke onderzoeker

  1. Een kunstenaar verricht onderzoek. Onderzoeksvaardigheden zijn inherent aan de artistieke habitus. Kunstonderwijs bestaat dus bij gratie van onderzoek en bij gratie van een onderzoeksomgeving.
  2. Artistiek onderzoek is geen wetenschappelijk onderzoek en functioneert dus volgens eigen wetmatigheden. Artistiek onderzoek is met andere woorden inherent verbonden met de artistieke praktijk, net zoals de artistieke praktijk onlosmakelijk verbonden is met onderzoek. Zonder onderzoek dus geen artistieke praktijk. Theaterwetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld is, niettegenstaande de vele mogelijke raakvlakken, geen artistiek onderzoek.
  3. Artistiek onderzoek kan zowel inhoudelijk, dramaturgisch, ideologisch als vormelijk, technisch of ambachtelijk van aard zijn.
  4. Artistiek onderzoek is niet noodzakelijk productgericht maar is per definitie resultaatsgericht. Artistiek onderzoek hoeft met andere woorden niet noodzakelijk tot een eindproduct te leiden, maar wel tot een resultaat. Een onderzoek gaat immers steeds gepaard met een onderzoeksvraag (hierin verschilt artistiek onderzoek niet van wetenschappelijk onderzoek) die de onderzoeker wenst te beantwoorden. Elke onderzoeker streeft met andere woorden steeds een resultaat na. Artistiek onderzoek impliceert dus geenszins een modieuze vrijblijvendheid, maar gaat steeds gepaard met een ambachtelijke rigueur.
  5. Artistiek onderzoek is steeds een middel, geen doel op zich. Onderzoek staat dus steeds in functie van een praktijk. Precies daarom dient een Master-student de nodige onderzoeksvaardigheden te verwerven, niet als autonome vaardigheid, maar als één van de middelen – naast stem, lichaam, technische competenties, enz. – die  hij op adequate wijze dient in te zetten.
  6. Onderzoeksvaardigheden worden verworven via de praktijk, niet naast de praktijk. Bijgevolg blijken onderzoeksvaardigheden in eerste instantie uit het artistieke werk zelf, niet uit zijn discursieve omgeving. Meer nog: onderzoeksvaardigheden hoeven strikt genomen zelf niet afleesbaar te zijn van het werk: enkel het werk zelf, inbegrepen de artistieke en maatschappelijke relevantie ervan, telt. Dat kunstwerk is immers het beoogde doel, de rest zijn middelen. Met andere woorden: resultaten van een artistiek onderzoek worden in de eerste plaats gecommuniceerd in het werk zelf.