Meestgestelde vragen Podiumtechnieken

Meestgestelde vragen infodag #1: Podiumtechnieken

Verhaal

Dit is een overzicht van de meestgestelde vragen van de eerste digitale infodag. Meer info vind je op 'jouw studiekeuze tijdens de quarantaine'.

Welke kosten zijn er verbonden aan de opleiding?

De kosten van je studie zijn afhankelijk van je profiel en de studiekeuze die je maakt. Als student van het RITCS betaal je, net zoals studenten aan andere hogescholen, je inschrijvingsgeld. Voor een modeltraject van 60 studiepunten betaal je zo’n 947,20 EUR inschrijvingsgeld. Heb je recht op een beurstarief voor je modeltraject van 60 studiepunten dan bedraagt deze kost zo’n 111,90 EUR. Studenten van buiten de Europese Economische Ruimte betalen voor dezelfde opleiding zo’n 7.356 EUR inschrijvingsgeld.

Naast je inschrijvingsgeld moet je nog rekening houden met een reeks bijkomende kosten die in rekening worden gebracht voor ateliers en het gebruik van infrastructuur en ander materiaal. De bijkomende kosten zijn afhankelijk van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven en kunnen dus variëren. Het afgelopen academiejaar betaalde je als eerstejaar zo’n 400 EUR bijkomende kosten. De kosten voor volgend academiejaar zijn nog niet gekend. Meer info over de bijkomende kosten en je inschrijvingsgeld vind je op deze pagina. 
Bij specifieke vragen kan je steeds het studentenloket contacteren: https://www.ritcs.be/nl/studentenloket

Welke extra zaken zal ik moeten aanschaffen?

Uiteraard is het mogelijk dat je al beschikt over sommige zaken die hieronder genoemd worden.

- Veiligheidsschoenen type S3: Kies liefst voor een model met een wat soepele zool, dat minder vermoeiend is bij langdurig gebruik.
- Een multimeter: reken op 40 à 60 euro voor een veilig type. Deze aankoop doe je best pas nadat je in één van de eerste lessen van het opleidingsonderdeel elektriciteit geïnformeerd werd over veilig meten.
- Je zal moeten beschikken over een laptop, zie afzonderlijk punt hierover

Hoe verlopen de stages?

Stages kunnen in heel diverse omgevingen worden gelopen, van reizende gezelschappen over culturele centra tot concertzalen, schouwburgen of in de evenementensector.

In de eerste bachelor duurt de stage 4 weken en word je een stageplaats toegewezen door de opleiding.
In de tweede bachelor duurt de stage 7 weken, in de derde bachelor 10 à11 weken.
Vanaf de tweede bachelor ga je zelf op zoek naar een geschikte stageplaats. Daarbij is niets bij voorbaat uitgesloten, maar je stagevoorstel moet wel aanvaard worden door de opleiding. Je motivering (“waarom is precies deze stage de beste keuze in mijn traject?”) en de duidelijke groeimogelijkheden op de stageplek zijn daarbij doorslaggevend.

Stages in het buitenland zijn zeker mogelijk, al zal dit wellicht eerder in de derde bachelor gebeuren. Als je een buitenlandse stage wil lopen is het belangrijk dat je de procedure vroegtijdig opstart.

Waaruit bestaat de ingangsproef?

Voor deze proef is je technische voorkennis of kunde van geen belang, maar je verbeelding, openheid van geest, interesse en volharding in creatief werk des te meer.

Er zijn 2 mogelijke weken waarop je deze proef kan afleggen, maar je kan maar aan één van beide deelnemen. Je plant best geen andere activiteiten in de week die je gekozen hebt.

Je komt de eerste dag van de werkweek naar de opleiding, waarbij je een korte schriftelijke toets aflegt over algemene vorming, culturele interesse en voeling met actualiteit. Er is ook een deel waar je technisch inzicht aan bod komt. Deze schriftelijke vragen zijn echter niet bedoeld om te selecteren, maar eerder om je feedback te kunnen geven over je sterke en minder sterke punten. Ook als je hier niet goed op scoort, maak je nog steeds even veel kans op selectie.

Veel belangrijker is de opdracht die je dan krijgt: aan de hand van bijvoorbeeld een zelfgekozen krantenartikel word je de stad ingestuurd met een observatieopdracht. De observaties die je doet zullen de basis vormen voor een creatief werkstuk, in de vorm van een installatie met een kort toonmoment. Je kan hier de volgende dagen aan werken. Je wordt hierbij niet aan je lot overgelaten: gedurende de werkweek zullen meerdere docenten passeren om je te bevragen over wat je aan het doen bent, en om je vooruit te helpen als je even vast zou zitten.
Belangrijk is hier het proces en de weg erna toe dan het uiteindelijke resultaat.

Op het einde van de week toont iedereen de resultaten. Je wordt in principe nog meer beoordeeld op de evolutie die je doormaakt, dan op de kwaliteit van het eindresultaat. De beslissing wordt je in principe dezelfde dag nog meegedeeld.

Je bekijkt deze proef best niet als een examen, maar eerder als een goede manier om grondig kennis te maken met de opleiding, waarbij je weinig te verliezen hebt. Wat je er bij te winnen hebt is een duidelijk beeld over haar visie en de ingesteldheid die we van je verwachten.

Met welke software voor licht, geluid en video werken jullie veel?

We werken met zeer diverse software, en pinnen ons niet vast op een bepaalde favoriet. Wat we veel belangrijker vinden dan dat je een bepaald programma tot in de details kent, is dat je de vaardigheid en de attitude ontwikkelt om zelfstandig een nieuwe software onder de knie te krijgen. Immers, wat vandaag de markt domineert, kan morgen achterhaald zijn. Je kan in de opleiding kennis gemaakt hebben met bepaalde programma’s, maar je toekomstige werkplek (of zelfs al je stageplaats) blijkt dan toch nog met iets anders te werken. En dan moet je vooral met een willekeurige handleiding en een gezonde dosis nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen aan de slag kunnen, niet zozeer met een vooraf bepaald programma. Voor lichtsturing krijg je zeker les in ETC en MA2, maar de opleiding beschikt ook over een Chamsys die je zelfstandig kan verkennen. Audio software varieert van Reaper tot Ableton. In lessen video komt vooral Isadora, resolumen en arkoas aan bod. Ook Qlab wordt vaak ingezet bij projecten.

Bij voldoende vraag kan een extern seminarie of workshop overwogen worden over een specifiek programma.

Moet ik over een bepaalde computer beschikken om de opleiding te volgen?

Beschikken over een laptop is vrij essentieel, maar dat betekent niet dat je al direct voor een grote investering hoeft te staan. Er zijn in de opleiding wel een paar computers ter beschikking om tijdelijke noodgevallen op te vangen, maar zeker niet individueel voor elke student.
In het eerste jaar is het vooral belangrijk dat je vlotte toegang hebt tot e-mail, de elektronische leeromgeving Canvas, dat je documenten kan schrijven en natuurlijk opzoekwerk op internet kan doen. Dat lukt over het algemeen ook nog wel met een wat oudere computer. Ook de introductie in het audio programma Reaper stelt geen heel hoge eisen (en als je twijfelt kan je dit op voorhand proberen).

Veel software kan je als student goedkoop of zelfs gratis verkrijgen via academic software, zoals MS Office, Vectorworks, en vele anderen.
Als je verder in de opleiding staat kan je behoefte krijgen aan een krachtiger machine, vooral als je belangstelling sterkt naar video uitgaat. Een Mac heeft bepaalde voordelen, maar is geen must: met een Windows laptop geraak je ook al een heel eind.

Moet ik al over technische voorkennis beschikken?

In principe niet. Ook in vakken zoals elektriciteit, licht en audio beginnen we bij het begin. Als je hier nog geen enkele achtergrond in hebt, is het mogelijk dat je een wat grotere inspanning moet doen dan iemand die dat wel al heeft. Maar veel belangrijker is een brede interesse en algemene vorming, en ook wel een goed beheer van je eigen tijdsbesteding: een tekort daaraan is veel moeilijker te verhelpen dan een gebrek aan technische voorkennis.

Je wordt wel verondersteld van over de basiscompetenties te beschikken die in elke studierichting van het hoger onderwijs verwacht worden, en qua vooropleiding aan de algemene voorwaarden te voldoen om te starten in het hoger onderwijs. Van iedereen wordt trouwens verwacht dat hij/zij de eigen voortgang goed opvolgt, vroegtijdig om hulp vraagt indien nodig, en van bij het begin intensief gebruik maakt van het aangeboden studie- en oefenmateriaal. Wie daarmee wacht tot de examenperiode maakt het zichzelf onnodig moeilijk.

Kan ik de opleiding combineren met werken, of met al mijn andere activiteiten?

De opleiding zal een vrij groot deel van je tijd vragen, en dat zal zich niet beperken tot van 9 tot 5, of van maandag tot vrijdag. Ook de sector waar je in zal terecht komen vraagt een behoorlijke grote flexibiliteit, en houdt zeker avond- en weekendwerk in. We zorgen dus dat je hier al ervaring mee opdoet tijdens de opleiding.

Als je een voltijdse opleiding volgt, wordt van je verwacht dat die dan ook de eerste prioriteit krijgt in je tijdsbesteding, en dat je andere bezigheden zich hiernaar schikken. In stageperiodes en tijdens de praktijkprojecten waar je aan meewerkt wordt een zeer brede beschikbaarheid van je verwacht: niet enkel door je docenten, maar meestal ook door je medestudenten waarmee je een team vormt. Dus daar plan je best helemaal geen andere activiteiten.

Als je moet werken om in je eigen onderhoud en studiekosten te voorzien, moet je realistisch zijn, en zal je wellicht geen 60 studiepunten per academiejaar kunnen opnemen. Je komt dan best op voorhand even bespreken wat voor jou wel haalbaar kan zijn.

Hoeveel studenten starten in het eerste jaar?

Jouw jaar begint met 20 à 25 studenten
 

Share this